Insuline spuiten

Als je diabetes hebt, maakt je lichaam geen of onvoldoende insuline aan. Als je type 1 hebt, moet je dan insuline toedienen met een insulinepen of insulinepomp. Soms geldt dit ook voor mensen met diabetes type 2.

Je lichaamscellen hebben glucose (bloedsuiker) nodig als brandstof. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose uit je voeding via het bloed in je cellen terechtkomt. Maakt je lichaam zelf geen (type 1) of onvoldoende (type 2) insuline aan? Dan is de hoeveelheid glucose in het bloed steeds te hoog en komt glucose niet in de cellen terecht. Daardoor kan het lichaam niet (goed) functioneren.

Word lid

Word je graag wijzer over jouw diabetes? Lees je graag ervaringen van lotgenoten? Word lid en ontvang het blad  Diabc 9x per jaar in de bus!

Welke soorten insuline zijn er?

Er komen steeds meer soorten insuline. Ze verlagen allemaal de bloedsuikerspiegel, maar in een verschillend tempo. Menselijke insuline is kortwerkend. Bij andere insulines zijn de insulinemoleculen zo aangepast dat ze sneller of langzamer werken dan menselijke insuline. Je hebt:

  • Superkort werkende insuline (werkt 4 tot 5 uur na toediening) - aspart, glulisine en lispro. 
  • Kortwerkende insuline (werkt 6 tot 8 uur na toediening) - humuline, insuman rapid. 
  • Middellangwerkende insuline (maximaal effect na 4 tot 8 uur, werkt nog paar uur door) - NPH-insuline. 
  • Langwerkende insuline (werkt heel geleidelijk voor ongeveer 24 uur) - insuline glargine en detemir. Insuline degludec werkt nog langer: tot 48 uur.
  • Mix-insulines (combinatie van andere soorten, meestal 2x per dag) - bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine. 


In de bijsluiter staat welke insulinesoort het is. Er zijn ook veel verschillende soorten insulinepennen, die horen meestal bij een bepaald soort insuline.

Welke insuline kies je?

Met je arts of diabetesverpleegkundige bepaal je welke soort insuline het beste is voor jou en hoe vaak en hoeveel eenheden je moet spuiten. Na verloop van tijd kunnen veel mensen die meerdaags insuline spuiten, zelf de dosering aanpassen. Belangrijk is hierbij dat je regelmatig je bloedglucosewaarde meet.

Hoe gaat dat, insuline spuiten?

Met een insulinepen spuit je met een naaldje insuline onder de huid en dan komt het in het bloed, zodat je lichaam het kan gebruiken.

Tips:

  • Was je altijd eerst je handen. 
  • Is de insuline troebel, beweeg hem ongeveer twintig keer rustig heen en weer, totdat er een 'egale' insuline ontstaat. Niet schudden! 
  • Spuit met één à twee eenheden de lucht in de naald weg. 
  • Stel de hoeveelheid insuline in en controleer dit nogmaals. 
  • Plaats de pen loodrecht op de huid. Zo kun je nauwkeurig bepalen waar de insuline terechtkomt. Een huidplooi vastpakken is niet nodig. 
  • Houd de pen met de hand vast en druk met de duim op de knop. Houd de naald zo stil mogelijk, om alle insuline in het lichaam terecht te laten komen. 
  • Laat het naaldje na het spuiten altijd nog minimaal tien seconden in de huid zitten. 
  • Lekt er nog wat insuline nadat de pen is teruggetrokken, houd dan je glucosewaarden in de gaten. 
  • Vervang het naaldje na iedere prikbeurt. Dit voorkomt huidschade en het is minder pijnlijk.

Op welke plek moet ik spuiten?

Welke plaats voor jou het best is, is onder andere afhankelijk van welke insuline je gebruikt. Overleg het met je diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Vaak spuiten mensen in billen, armen, bovenbenen of buik. Prik niet in de spieren, want dan wordt de insuline te snel opgenomen en werkt hij korter. Ook is het pijnlijker en je krijgt er blauwe plekken van. Tip: wissel je spuitplaatsen af, zo voorkom je littekenweefsel en spuitplekken.

Hoe bewaar ik insuline?

  • Bewaar insuline koel, maar vorstvrij, bijvoorbeeld in de koelkast. Liever niet bovenin en niet tegen de achterwand. 
  • Als de insuline is aangebroken, bewaar je hem op kamertemperatuur. Gebruik een aangebroken insulinepatroon binnen vier weken. 
  • Bewaar insuline altijd buiten direct zonlicht.

Blijf op de hoogte van het laatste diabetesnieuws. En ontvang praktische tips en hulp over jouw leven met diabetes.