Diabetesvereniging Nederland

Sla het menu over
  • Contact
  • Informatie voor
  • Over DVN
  • Inloggen
help mee

Insuline

Als je diabetes hebt, maakt je lichaam geen of onvoldoende insuline aan. Als je type 1 hebt, moet je dan insuline toedienen met een insulinepen of insulinepomp. Soms geldt dit ook voor mensen met diabetes type 2.10001000p433EDNmainimg-insulinepen-arm1_736x421Je lichaamscellen hebben glucose (bloedsuiker) nodig als brandstof. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose uit je voeding via het bloed in je cellen terechtkomt. Maakt je lichaam zelf geen (type 1) of onvoldoende (type 2) insuline aan? Dan is de hoeveelheid glucose in het bloed steeds te hoog en komt glucose niet in de cellen terecht. Daardoor kan het lichaam niet (goed) functioneren.

Welke soorten insuline zijn er?

Er komen steeds meer soorten insuline. Ze verlagen allemaal de bloedsuikerspiegel, maar in een verschillend tempo. Menselijke insuline is kortwerkend. Bij andere insulines zijn de insulinemoleculen zo aangepast dat ze sneller of langzamer werken dan menselijke insuline. Je hebt:

Snelwerkende insuline en ultra snelwerkende insuline

Soort/ Handelsnaam Actieve insuline tijd
Glulisine: Apidra

Werkt na ± 15 minuten

Piekwerking  0,5 – 1,5 uur

Maximale werkingsduur 4 – 6 uur

Insuline Lispro: Humalog

Werkt na ± 15 minuten 

Piekwerking 1-3 uur

Maximale werkingsduur 2-5 uur 

Insuline Aspart: NovoRapid

Werkt na ± 15 minuten

Piekwerking 1-3 uur 

Maximale werkingsduur 3-5 uur

Insuline Aspart met hulpstof Nicotinamide: Fiasp

Werkt binnen 10 minuten

Piekwerking na ca 1 uur 

Maximale werkingsduur 3-5 uur

Insuline Lispro met hulpstoffen Tresprostinil en Sodium Citrate: Lyumjev

Werkt binnen 10 minuten

Piekwerking na ca 1 uur 

Maximale werkingsduur  3-5 uur

Insuline Aspart: Sanofi

Dit is een biosimilar

Werkt na ± 15 minuten

Piekwerking 1-3 uur 

Maximale werkingsduur 3-5 uur

 

Insuline Lispro: Sanofi

Dit is een biosimilar

Werkt na ± 15 minuten 

Piekwerking 1-3 uur

Maximale werkingsduur 2-5 uur

Kortwerkende insuline

Soort/Handelsnaam Actieve insuline tijd
Humuline Regular

Werkt na 15 minuten

Piekwerking 1,5 – 2,5 uur

Maximale werkingsduur 6 – 8 uur

Insuman Rapid

Werkt na 15 minuten

Piekwerking 1,5 – 2,5 uur

Maximale werkingsduur 6 – 8 uur

Voorgemengde insuline
Het eerste getal staat voor het percentage kort/snelwerkend, het tweede getal is het percentage middellang werkend

Handelsnaam Actieve insuline tijd
Humuline 30/70

Werkt na ½ - 1 uur

Piekwerking 2-12 uur

Maximale werkingsduur 12-24 uur

Humalog Mix 25, 50

Werkt maximaal na 15 minuten 

Maximale werkingsduur 12-24 uur

Insuman comb 15,25,50

Werkt na ½ - 1 uur

Piekwerking 2-12 uur

Maximale werkingsduur 12-24 uur 

Novomix 30, 70

Werkt na 10-20 minuten

Piekwerking tussen 1 – 4 uur

Maximale werkingsduur tot 24 uur

Actraphane 30/70, 40/60, 50/50

Werkt na 10-20 minuten

Piekwerking tussen 1 – 4 uur

Maximale werkingsduur tot 24 uur

Ryzodeg

70% insuline Degludec

30% insuline Aspart 

Werkt na 10-20 minuten

Maximale werkingsduur tot 24 uur

Middellangwerkende insuline

Soort/ handelsnaam Actieve insuline tijd
Humuline NPH

Werkt na 1 - 2 uur

Piekwerking 2 -12 uur

Maximale werkingsduur 14 - 24 uur

Insuman Basal

Werkt na 1 - 2 uur

Piekwerking 2 -12 uur

Maximale werkingsduur 14 - 24 uur

Insulatard

Werkt na 1 - 2 uur

Piekwerking 2 -12 uur

Maximale werkingsduur 14 - 24 uur

Langwerkende insuline

Soort/handelsnaam Actieve insuline tijd

Insuline Glargine: Lantus

Werkt na 1½ uur

Maximale werkingsduur tenminste 24 uur

Insuline Detemir: Levemir

Werkt na ongeveer 15 min

Maximale werkingsduur 24 uur

Insuline Degludec: Tresiba 

Werkt na 2 uur

Maximale werkingsduur tot 42 uur

Verkrijgbaar in 100 en 200 E/ml (dus dubbelgeconcentreerd)

Insuline Glargine: Toujeo

Werkt na 1½ uur

Maximale werkingsduur tot 30 uur

Is drievoudig geconcentreerd

Insuline Glargine: Abasaglar

Dit is een biosimilar

Werkt na 1½ uur

Maximale werkingsduur tenminste 24 uur

In de bijsluiter staat welke insulinesoort het is. Er zijn ook veel verschillende soorten insulinepennen, die horen meestal bij een bepaald soort insuline.

Welke insuline kies je?

Met je arts of diabetesverpleegkundige bepaal je welke soort insuline het beste is voor jou en hoe vaak en hoeveel eenheden je moet spuiten. Na verloop van tijd kunnen veel mensen die meerdaags insuline spuiten, zelf de dosering aanpassen. Belangrijk is hierbij dat je regelmatig je bloedglucosewaarde meet.

Zorgverzekeraars hebben een preferentiebeleid met betrekking tot insulines en biosimilar insulines. Lees meer over onze zorgen over het preferentiebeleid en het beleid per verzekeraar.

Lees ook de veelgestelde vragen over biosimilars naar aanleiding van ons gratis webinar biosimilars op 2 juni 2021

Stappenplan preferentiebeleid insuline

Stappenplan preferentiebeleid biosimilars 13 juli 2021

Download het stappenplan preferentiebeleid insuline hier

Hoe gaat dat, insuline spuiten?

Met een insulinepen spuit je met een naaldje insuline onder de huid en dan komt het in het bloed, zodat je lichaam het kan gebruiken.

Tips:

  • Was je altijd eerst je handen. 
  • Is de insuline troebel, beweeg hem ongeveer twintig keer rustig heen en weer, totdat er een 'egale' insuline ontstaat. Niet schudden! 
  • Spuit met één à twee eenheden de lucht in de naald weg. 
  • Stel de hoeveelheid insuline in en controleer dit nogmaals. 
  • Plaats de pen loodrecht op de huid. Zo kun je nauwkeurig bepalen waar de insuline terechtkomt. Een huidplooi vastpakken is niet nodig. 
  • Houd de pen met de hand vast en druk met de duim op de knop. Houd de naald zo stil mogelijk, om alle insuline in het lichaam terecht te laten komen. 
  • Laat het naaldje na het spuiten altijd nog minimaal tien seconden in de huid zitten. 
  • Lekt er nog wat insuline nadat de pen is teruggetrokken, houd dan je glucosewaarden in de gaten. 
  • Vervang het naaldje na iedere prikbeurt. Dit voorkomt huidschade en het is minder pijnlijk.


Gebruik je een insulinepen maar overweeg je een insulinepomp? De consultkaart (pdf van Patiëntenfederatie Nederland) zet de verschillen op een rij en helpt je de keuze met je behandelaar te bespreken.

Heb je diabetes type 2 en wil je meer weten over de verschillende mogelijkheden van medicijnen? Bekijk de Keuzehulp (pdf op Thuisarts.nl).

Op welke plek moet ik spuiten?

Welke plaats voor jou het best is, is onder andere afhankelijk van welke insuline je gebruikt. Overleg het met je diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Vaak spuiten mensen in billen, armen, bovenbenen of buik. Prik niet in de spieren, want dan wordt de insuline te snel opgenomen en werkt hij korter. Ook is het pijnlijker en je krijgt er blauwe plekken van. Tip: wissel je spuitplaatsen af, zo voorkom je littekenweefsel en spuitplekken.

Hoe bewaar ik insuline?

  • Bewaar insuline koel, maar vorstvrij, bijvoorbeeld in de koelkast. Liever niet bovenin en niet tegen de achterwand. 
  • Als de insuline is aangebroken, bewaar je hem op kamertemperatuur. Gebruik een aangebroken insulinepatroon binnen vier weken. 
  • Bewaar insuline altijd buiten direct zonlicht.

Check op Medicijnkosten.nl welke verzekeraars jouw medicatie vergoeden en welke voorwaarden er zijn.

Bestel je diabeteshulpmiddelen

Bestel je diabeteshulpmiddelen

Op zoek naar nieuwe glucosestrips, ampullen of een koeltasje? Je vindt ze bij DVN winkel. Leden van DVN krijgen 10% korting en sparen punten bij Puntenplein!

Bestel nu

Met anderen praten over diabeteszorgwant diabetes heb je niet alleen