Diabetesvereniging Nederland

Sla het menu over
  • Contact
  • Informatie voor
  • Over DVN
  • Inloggen
help mee

Diabetes type 2 medicatie: welke medicijnen zijn er en wat doen ze?

Heb je diabetes type 2, dan krijg je meestal eerst leefstijladvies: gezond eten, meer bewegen en afvallen bijvoorbeeld. Heeft dat onvoldoende resultaat, dan komt daar een medicijn bij om de bloedglucosewaarde te verlagen.

Laatste update: 21 april 2022

Ontwerp zonder titel (29)

Is je bloedglucosewaarde bij de diagnose veel te hoog, dan begin je meteen met medicijnen. Vaak eerst een tablet, maar soms ook al gelijk injecties met insuline.

Welke medicijnen bij diabetes type 2?

Metformine

Metformine is meestal de eerste keus. Het middel zorgt ervoor dat je lever minder glucose aanmaakt en het verhoogt de insulinegevoeligheid. Hierdoor dalen je bloedglucosewaarden. Als het nodig is, kun je de dosering metformine verhogen.

Mogelijke bijwerkingen van metformine:
Zeer vaak: misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust | Vaak: metaalsmaak in je mond

SU-derivaten

Is de maximale dosis metformine niet meer voldoende is om je bloedglucosewaarden onder controle te houden? Dan schrijft je behandelaar je meestal sulfonylureumderivaten (SU derivaten) voor. Deze medicijnen stimuleren de insulineproductie in de alvleesklier. Vaak gebruik je naast een SU-derivaat ook nog metformine.

Om hypo’s en misselijkheid te vermijden moet u deze medicatie vlak voor of tijdens de maaltijd innemen.

Mogelijke bijwerkingen:
Bijwerkingen komen heel weinig voor bij het gebruik van dit medicijn

DPP4-remmer

Als blijkt dat je metformine of SU-derivaten niet goed kunt verdragen, of als ze onvoldoende werken, kan je behandelaar je een DPP4-remmer voorschrijven. Dit middel stimuleert de insulineproductie in de alvleesklier en remt de lever in het afgeven van glucose aan het bloed.

Mogelijke bijwerkingen:
Als u naast een DPP4-remmer ook een SU-derivaat gebruikt heeft u veel kans op hypo’s | Daarnaast is een vaak voorkomende bijwerking verhoging van de ontstekingswaarde in je bloed die kan duiden op alvleesklierontsteking

SGLT2-remmer

Ook een SGLT2-remmer is een optie als je de overige tabletten niet goed verdraagt of als ze onvoldoende werken. Als je naast diabetes ook een verhoogd risico hebt op hart- en vaatziekten of last hebt van nierfalen zijn SGLT2-remmers vaak de eerste keus in de behandeling van diabetes type 2. Deze medicijnen zorgen ervoor dat je meer glucose uit plast. Hierdoor dalen je bloedglucosewaarden.

Je mag geen SGLT-2 remmer gebruiken als je: een ernstige nierfunctiestoornis hebt, een alcoholverslaving hebt, ondervoed bent, een koolhydraatarm dieet volgt, aan intermittend fasting doet, een voetulcus heeft of deze in het verleden heeft gehad of als u terugkerende schimmelinfecties van de geslachtsorganen ervaart.

Mogelijke bijwerkingen:
Als je naast een SGLT2-remmer ook een SU-derivaat of insuline gebruikt dan heb je grote kans op hypo’s | Daarnaast zijn huiduitslag, urineweginfecties en schimmelinfecties veel voorkomende bijwerkingen.

GLP1 agonisten

GLP1 agonisten worden -net als DDP4-remmers en SGLT2-remmers- voorgeschreven als metformine en SU-derivaten niet voldoende werken of als je die niet verdraagt. GLP1 agonisten hebben een positief effect op gewichtsverlies. Ze worden dus vaak voorschreven als je een BMI hebt dat hoger dan 30 is. GLP1 agonisten moet je injecteren. Voor sommige mensen is dat een grote stap. Laat je behandelend arts weten dat je injecteren lastig vindt als hij/zij je een GLP1 agonist wil voorschrijven.

Mogelijke bijwerkingen:
Bij GLP1 agonisten worden veel bijwerkingen ervaren. Misselijkheid en diarree komen het meest voor. Daarnaast worden ook de volgende bijwerkingen vaak gemeld: verkoudheid, bronchitis, hypo’s (zeer vaak bij combinatie met een SU-derivaat), verminderde eetlust, braken, verstoorde werking slokdarm, maag en dunne darm, maagslijmvliesontsteking, vertraagde maaglediging, buikpijn, winderigheid, opgezette buik, obstipatie, kiespijn, hoofdpijn, duizeligheid, moeheid, verhoogde hartslag, reactie op de injectieplaats, huiduitslag, verhoging van de ontstekingswaarde in je bloed die kan duiden op een alvleesklierontsteking

Insuline

Het komt voor dat je jouw leefstijl aanpast en diabetesmedicatie gaat gebruiken, maar toch hoge bloedglucosewaarden houdt. In dat geval adviseert je behandelaar om te gaan starten met insuline, soms in combinatie met metformine.

Meestal wordt er gestart met 1x per dag (middel)langwerkende insuline. Dit noemt men basale insuline. Als je insuline gaat gebruiken moet je ook je bloedglucosewaardes zelf gaan meten. Dit doe je door middel van vingerprikken of door een sensor te gebruiken. Je behandelaar zal je hierbij uitleg geven.

Mogelijke bijwerkingen:
Door het gebruik van insuline heb je ook kans op hypo's (lage bloedglucosewaardes). Zorg dat je weet wat de symptomen van een hypo zijn en wat je eraan moet doen | Daarnaast komen allergische reacties en irritatie op de injectieplaats voor, en ontstaat er soms verharding van de huid op spuitplekken

Blijven je bloedglucosewaarde ook met basale insuline te hoog? Dan is de laatste stap meerdaags insuline spuiten. Je spuit dan insuline bij elke maaltijd en 1x per dag langwerkende insuline. Je zal dan ook vaker zelf je bloedglucosewaarde moeten meten.

Ga voor een gezonde leefstijl

Ga voor een gezonde leefstijl

Heb je (een verhoogd risico op) diabetes type 2? Voluitlevenmetdiabetes.nl is hét platform van DVN dat je helpt bij een gezonde leefstijl.

Ontdek het nu

Diabetes? Wij zijn er voor jou!Diabetesvereniging Nederland is er voor en door mensen met diabetes.