Binnen de Time in Range blijven zorgt direct voor een betere gezondheid. En het vermindert je kans op complicaties. En het maakt daarbij niet uit of je nou diabetes type 1, diabetes type 2 of een van de andere typen diabetes hebt. Maar wat is Time in Range (TIR) nou precies en hoe gebruik je het in je dagelijkse leven? Wat zijn streefwaarden en wat is het verschil met HbA1c? Bekijk het hieronder.
Time in Range (ook wel TIR genoemd) is het percentage van de tijd waarop je glucosewaarden binnen de streefwaarden vallen. Dit kun je per dag bekijken. Maar ook over een langere tijd.
Time in Range = tijdsduur met glucosewaarden tussen je streefwaarden.
Time above Range = tijdsduur met glucosewaarden boven je streefwaarden.
Time below Range = tijdsduur met glucosewaarden onder je streefwaarden.
Binnen Time above Range en Time below Range vallen nog twee subcategorieën. Samen met Time in Range brengt dit het totaal op 5 categorieën. Van hoog naar laag ziet dat er zo uit:
De stippellijn geeft een meting van 12 uur aan. Je ziet dat een groot deel van de glucosewaarden in het oranje doelbereik valt. Dat betekent dat je voor een groot deel binnen je Time in Range zit. Je ziet ook een piek rond 11.00 uur en een kleinere piek rond 17.00 uur. Ook een dal rond 8.00 uur. Deze pieken en dalen vallen buiten je doelbereik (dus boven of onder je streefwaarden) en worden zichtbaar doordat je een glucosesensor gebruikt. Je kunt dan aanpassingen in je voeding, beweging en medicatie aanbrengen om deze pieken en dalen zo veel als mogelijk te voorkomen.
Streefbereik betekent tussen welke streefwaarden mmol/L je wilt proberen te blijven. Artsen en wetenschappers hebben in 2019 samen streefwaarden bepaald.
Om het streefbereik te halen mag je maximaal 30% buiten het doelbereik vallen (dus lager dan 3,9 mmol/L en hoger dan 10 mmol/L). Daarvan mag maximaal 25% hoog zijn, daarvan 5% zeer hoog. En 5% laag, waarvan 1% zeer laag. Om het streefbereik te halen moet je glucose minstens 70% van de tijd binnen het doelbereik vallen (dus lager dan 3,9 mmol/L en hoger dan 10 mmol/L). Maximaal 25% hoog zijn, waarvan 5% zeer hoog. En 4% laag, waarvan 1% zeer laag.
Voor mensen met diabetes type 2 liggen de streefwaarden anders. Hier zijn nog geen duidelijke afspraken over gemaakt.
Samen met je zorgverlener kun je persoonlijke streefwaarden opstellen, die goed bij jouw leven met diabetes aansluiten.
Glucosesensoren berekenen deze waarden automatisch en tonen deze in het scherm van reader of mobiele telefoon.
Bij een vingerprik weet je alleen de bloedglucosewaarde van het moment dat je de vingerprik hebt gedaan. Doe je 5 keer per dag een vingerprik, dan weet je van die 5 momenten hoe je bloedglucosewaarde was. Ook dan kan ‘In Range’, ‘Above Range’ en ‘Below Range’ zien, maar weet je niet precies hoe lang je bloedglucose rond een bepaalde waarde is gebleven. ‘Time’ ontbreekt dus.
Een glucosesensor meet de glucosewaarde de hele tijd en laat het verloop van je glucosewaarde zien. Je ziet dus je glucosewaarden over de 24 uur van elke dag. Het resultaat van deze continue 24-uursmeting met een sensor is onder meer de mogelijkheid om te sturen op Time in Range.
Het beoordelen van Time in Range wordt in de diabeteszorg als een zeer belangrijke aanvulling op HbA1c gezien en kan uiteindelijk de HbA1c (deels) vervangen. Het HbA1c is een afspiegeling van de gemiddelde bloedglucosewaarde over de afgelopen drie maanden. Een belangrijk getal en een maatstaf voor het inschatten van je kans op complicaties. Maar het HbA1c zegt niets over hoeveel variatie er zit in je glucosewaardes. Of waar je verbeteringen zou kunnen doorvoeren.
De HbA1c wordt nu nog als de best voorspellende waarde voor complicaties gezien. Maar ook het hebben van een hogere Time in Range wordt geassocieerd met minder complicaties1. De Time in Range hangt sterk samen met de HbA1c. Over het algemeen geldt: hoe hoger de Time in Range, hoe lager de HbA1c.
Dit is niet altijd zo, want iemand met veel hypo’s kan een heel laag HbA1c hebben, die omhoog gaat als iemand meer ‘in Range’ zit en minder hypo’s heeft. Daar is ook direct het punt wat Time in Range nuttiger maakt dan HbA1c; het geeft veel meer informatie.
De tekening hieronder laat drie mensen zien die allemaal dezelfde HbA1c van 53 mmol/mol hebben over een periode van drie maanden.
Op basis van hun HbA1c lijkt hun bloedglucose vergelijkbaar. Maar de eerste persoon (schema links) heeft grote schommelingen, voelt zich waarschijnlijk regelmatig niet lekker door hypo’s of hypers en loopt een hoger risico op complicaties op de langere termijn. De tweede persoon (schema midden) heeft minder vaak een uitschieter dan persoon 1. De derde persoon (schema rechts) heeft geen hypo’s en hypers en daarmee minder grote kans op complicaties, maar dit is voor mensen met diabetes vaak een onrealistisch doel.
De afbeelding hieronder laat zien hoe het de persoon in het midden vergaat:
De tweede persoon heeft een doelbereik van 74% dat mooi boven het streefbereik van 70% valt. Hij of zij zit maximaal 20% op een te hoge waarde, waarvan 3% zeer hoog. Ook dat zit nog binnen het vastgestelde streefbereik. Het percentage te laag zit boven de 5%. Deze persoon haalt het streefbereik en minimaliseert daarmee het risico op complicaties. Wel zijn er meer hypo’s dan gewenst. Samen met de zorgverlener kan deze persoon een plan maken om hypo’s te verminderen.
Het percentage Time in Range geeft je dus zowel meer als diepere informatie over hoe je die HbA1c hebt bereikt. Dus hoe stabiel je bloedglucosewaardes over de dag zijn. Het percentage Time in Range zegt ook iets over je risico op complicaties op lange termijn. De verwachting is dat de HbA1c niet meer voor elk consult bepaald hoeft te worden, omdat de Time in Range al genoeg informatie geeft, maar dat de HbA1c (vooralsnog) nog wel minimaal 1 keer per jaar bepaald wordt.
Je kunt je Time in Range alleen volgen door het dragen van een sensor. Bij een intensief insulineschema van vier keer per dag insuline, kom je in aanmerking voor vergoeding van een sensor vanuit de basisverzekering. Iedereen met diabetes type 1 kan er dus voor kiezen om door middel van een glucosesensor de eigen Time in Range te volgen.
Wil je weten welke sensoren er op de markt zijn én ervaringen horen, kom naar het Diabetes TechLab.
Bij diabetes type 2 zonder insulinetoediening kom je niet in aanmerking voor vergoeding (behalve bij zwangerschap of een zwangerschapswens). Wel is er een optie om op eigen kosten af en toe een meting van twee weken te doen met een glucosesensor: Geen insuline, wel een sensor. Regelmatig gebruiken van een glucosesensor bij diabetes type 2 geeft veel informatie die met een meting van het Hba1C niet bekend is. Met de huidige vergoedingsregels moet je een glucosesensor bij diabetes type 2 (zonder intensief insulineschema) zelf betalen.
Time in Range geeft je direct informatie op wat je gedaan hebt en wat het resultaat daarvan is. Je leert je lichaam en alle factoren die de glucosewaarden beïnvloeden beter kennen. Het helpt je om zelf de regie te nemen, je eetgewoonten of leefstijl aan te passen en direct te zien wat het resultaat daarvan is.
Als je gaat werken aan minder Time below Range (< 3,9 mmol/l) dan helpt dat je om hypo’s te voorkomen en hypo-unawareness te verminderen of te voorkomen. Je kijkt hoe lang en wanneer je laag zit, zodat je daar je behandeling op kunt aanpassen. Door bijvoorbeeld je insulinetoediening aan te passen of door sport en beweging anders te plannen. De e-learing ‘Hypo’s diabetes type 1’ kan je daarbij helpen.
Als je gaat werken aan minder Time above Range (>10 mmol/l) helpt dat je om hypers en lange termijn complicaties te verminderen of te voorkomen. Bijvoorbeeld door de basaal insuline anders in te stellen of de timing van het insulinespuiten/bolussen aan te passen.
Diabetestechnologie zoals glucosesensoren en Hybrid Closed Loop (hcl-) systemen kunnen voor veel mensen helpen om Time in Range doelen (makkelijker) te behalen. Diabetesvereniging Nederland zet zich in voor keuzevrijheid en brede vergoeding van hulpmiddelen die passen bij de persoon met diabetes.
Nee, want Time in Range zegt ook weer niet alles. Het geeft geen informatie over hoe diep je hypo’s of hoe hoog je hypers zijn. Ook zegt je Time in Range weinig over je gemiddelde bloedglucosewaarde en maar beperkt iets over glucoseschommelingen. Het is daarom belangrijk om naast TIR ook naar de glucosedaggrafieken te kijken. Daarnaast kun je ook doorslaan en altijd een bepaald percentage willen bereiken.
Uiteindelijk gaat het niet om de cijfers maar om hoe je je voelt.
Judith
Sommige mensen kiezen in overleg met hun zorgverlener voor scherpere afkappunten voor hun streefwaarden, bijvoorbeeld TITR oftewel TING. TITR staat voor Time in Tight Range en heeft als streefwaarden 3,9 – 7,8 mmol/l. Dit zijn glucosewaarden die je bij mensen zonder diabetes ziet. Daarom is een andere term TING: Tijd in normale glucosewaarden. Mensen zonder diabetes hebben een TING van 96%.
Het is nog niet duidelijk welk percentage het beste is om je bloedglucose in TING te houden. Om je een indruk te geven: 45% TING komt gemiddeld overeen met 70% TIR en een HbA1c van <53 mmol/mol. 55% TING komt overeen met een HbA1c <47 mmol/mol. Verder onderzoek is nodig om het voordeel van TING te bepalen. In dit artikel uit Diabc vind je de voordelen en nadelen van TING.
1. Time in Range, het HbA1c van de toekomst? Amsterdam UMC, afdeling Interne Geneeskunde
Voluit leven met diabetes. Dat is waar Diabetesvereniging Nederland voor staat. Samen zetten we ons in voor goede zorg en een beter leven voor alle mensen met diabetes.