Het belangrijkste verschil tussen diabetes type 1 en diabetes type 2 is de oorzaak van de aandoening. Bij diabetes type 1 maakt het lichaam geen insuline meer aan. Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline en neemt de insulineproductie vaak geleidelijk af. Beide vormen van diabetes zorgen voor te hoge glucosewaarden in het bloed, maar ontstaan op een andere manier en vragen vaak om een andere behandeling.
Bij diabetes type 1 maakt het lichaam geen insuline meer aan. Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline. Diabetes type 1 is een auto immuunziekte. Bij diabetes type 2 spelen erfelijkheid en leefstijlfactoren vaak een rol. Mensen met diabetes type 1 hebben altijd insuline nodig. Mensen met diabetes type 2 gebruiken leefstijlaanpassingen, medicatie en soms insuline.
Bij diabetes type 1 valt het afweersysteem per ongeluk de insulineproducerende cellen in de alvleesklier aan. Dit wordt een auto immuunreactie genoemd.
Daardoor maakt het lichaam uiteindelijk geen of vrijwel geen insuline meer aan. Mensen met diabetes type 1 hebben daarom altijd insuline nodig om te kunnen leven.
Diabetes type 1 wordt vaak vastgesteld bij kinderen, jongeren en jongvolwassenen, maar kan op iedere leeftijd ontstaan.
Het lichaam maakt geen of bijna geen insuline meer aan. De aandoening ontstaat door een auto immuunreactie. Diabetes type 1 is op dit moment niet te voorkomen. De aandoening kan op iedere leeftijd ontstaan. Behandeling met insuline is altijd nodig.
Lees meer over diabetes type 1
Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline. Dit heet insulineresistentie. De alvleesklier probeert dit eerst te compenseren door extra insuline aan te maken. Na verloop van tijd lukt dat vaak steeds minder goed.
Diabetes type 2 ontstaat meestal op volwassen leeftijd, maar komt ook steeds vaker voor bij jongere mensen.
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij diabetes type 2. Daarnaast kunnen factoren zoals overgewicht, weinig beweging, ongezonde voeding, stress en slaaptekort bijdragen aan het ontstaan ervan.
Bij diabetes type 2 maakt het lichaam meestal nog wel insuline aan, maar reageren de lichaamscellen minder goed op insuline. Erfelijkheid speelt vaak een belangrijke rol. De behandeling bestaat vaak uit leefstijlaanpassingen, medicatie en soms insuline.
Lees meer over diabetes type 2
Diabetes type 1 is een auto immuunziekte. Bij diabetes type 2 is sprake van insulineresistentie en vaak een geleidelijke afname van de insulineproductie. Mensen met diabetes type 1 maken geen of vrijwel geen eigen insuline meer aan. Mensen met diabetes type 2 maken meestal nog wel insuline aan. Diabetes type 1 kan op iedere leeftijd ontstaan. Diabetes type 2 komt vaker voor op volwassen leeftijd. Diabetes type 1 is op dit moment niet te voorkomen. Bij diabetes type 2 kan het risico soms worden verkleind door een gezonde leefstijl. Mensen met diabetes type 1 hebben altijd insuline nodig. Bij diabetes type 2 bestaat de behandeling uit leefstijlaanpassingen, medicatie en soms insuline.
Veel symptomen lijken op elkaar. Zowel bij diabetes type 1 als diabetes type 2 kunnen mensen last hebben van veel dorst, veel plassen, vermoeidheid, wazig zien, onverklaarbaar afvallen en terugkerende infecties.
Bij diabetes type 1 ontstaan klachten vaak binnen enkele weken. Bij diabetes type 2 ontwikkelen klachten zich meestal geleidelijk. Daardoor kunnen mensen soms jarenlang diabetes hebben zonder het te weten.
Nee. Diabetes type 1 en diabetes type 2 zijn verschillende aandoeningen. Beide vormen kunnen grote gevolgen hebben voor de gezondheid en vragen dagelijkse aandacht.
Het is daarom niet zinvol om te zeggen dat de ene vorm erger is dan de andere. De impact verschilt per persoon.
Met goede begeleiding, passende behandeling en aandacht voor leefstijl kunnen mensen met zowel diabetes type 1 als diabetes type 2 voluit leven.
Sommige mensen met diabetes type 2 kunnen hun bloedglucosewaarden langdurig verbeteren door af te vallen, gezonder te eten en meer te bewegen. Bij sommige mensen kunnen de bloedglucosewaarden zelfs terugkeren naar normale waarden zonder glucoseverlagende medicatie. Dit wordt remissie genoemd.
Remissie betekent niet dat diabetes type 2 is genezen. De aanleg voor diabetes type 2 blijft bestaan. Daarom blijft aandacht voor leefstijl belangrijk.
Bij diabetes type 1 is remissie niet mogelijk, omdat het lichaam geen insuline meer produceert.
Het verschil tussen diabetes type 1 en diabetes type 2 zit vooral in de oorzaak. Bij diabetes type 1 maakt het lichaam geen insuline meer aan door een auto immuunreactie. Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline en neemt de insulineproductie vaak geleidelijk af.
Diabetes type 1 kan op iedere leeftijd ontstaan en vraagt altijd behandeling met insuline. Bij diabetes type 2 spelen erfelijkheid en leefstijlfactoren vaak een rol. De behandeling bestaat meestal uit leefstijlaanpassingen, medicatie en soms insuline.
Hoewel de oorzaken verschillen, kunnen beide vormen van diabetes grote gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Met de juiste behandeling en ondersteuning kunnen mensen met diabetes type 1 en diabetes type 2 voluit leven.
Voluit leven met diabetes. Dat is waar Diabetesvereniging Nederland voor staat. Samen zetten we ons in voor goede zorg en een beter leven voor alle mensen met diabetes.