Diabetesvereniging Nederland

Sla het menu over
  • Contact
  • Informatie voor
  • Over DVN
  • Inloggen
help mee

Zwangerschapsdiabetes

Als je diabetes krijgt terwijl je zwanger bent, heet dat zwangerschapsdiabetes. Het aantal zwangere vrouwen met diabetes stijgt hard. Zwangerschapsdiabetes is goed te behandelen en je kunt een gezonde baby krijgen. Over het algemeen verdwijnt de diabetes na de bevalling. Maar zwangerschapsdiabetes heeft ook gevolgen op de langere termijn waar je je goed van bewust moet zijn.

Hoe vaak komt zwangerschapsdiabetes voor?

Het aantal vrouwen met zwangerschapsdiabetes neemt hard toe. Op dit moment zijn er jaarlijks ruim 12.000 vrouwen met zwangerschapsdiabetes. In 2015 waren dat er nog rond de 9.000. Enerzijds is deze stijging het gevolg van een betere screening op zwangerschapsdiabetes. Dat is een goede ontwikkeling. Maar ook is de gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen zwanger zijn gestegen. Dat heeft een negatief effect op het aantal gevallen van zwangerschapsdiabetes. Bijna 20% van de vrouwen tussen de 40-44 jaar krijgt zwangerschapsdiabetes.

Waardoor ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Als je zwanger bent, word je minder gevoelig voor insuline. Dat doen je hormonen. Meestal maakt het lichaam dan zelf automatisch meer insuline aan, maar soms gaat dat niet goed. Er ontstaat dan een tijdelijke vorm van diabetes: zwangerschapsdiabetes. Zwangerschapsdiabetes ontstaat vaak tussen de 24ͤ  en 28ͤ  zwangerschapsweek.

Wanneer loop je een hoger risico?

Sommige vrouwen hebben meer risico op zwangerschapsdiabetes. De risico’s zijn groter als:

  • Je al eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • Je overgewicht hebt (BMI 30 of hoger).
  • Je eerder een zwaar kind hebt gekregen (meer dan 4500 gram).
  • Je een vader, moeder, broer of zus hebt met diabetes type 2.
  • Je van Afrikaanse, Zuid-Aziatische of Midden Oosterse afkomst bent (bijvoorbeeld uit Turkije, Marokko, Pakistan, Suriname, Ghana of de Antillen).
  • Je in een eerdere zwangerschap om onverklaarbare reden je baby hebt verloren.
  • Je Polycysteus-ovariumsyndroom hebt (PCOS).

Hoe ontdek je zwangerschapsdiabetes?

Er is een richtlijn voor verloskundigen waarin staat welke vrouwen getest moeten worden. Hoewel het steeds vaker wordt onderzocht, gebeurt dit in de praktijk niet altijd. Als een of meerdere risicoverhogende factoren hierboven voor jou gelden, vraag dan zelf bij de verloskundige om een test. 

De diagnose wordt gesteld door het uitvoeren van een glucose tolerantietest (GTT). Je drinkt een suikerdrankje. Na een uur wordt je bloedglucosewaarde gemeten om te kijken of je lichaam zelf insuline heeft aangemaakt. Is de bloedglucosewaarde hoger dan 7,8 mmol/l, dan heb je zwangerschapsdiabetes.

Hoe wordt zwangerschapsdiabetes behandeld?

Je wordt hierin goed begeleid. Je verloskundige verwijst je door naar een diabetesverpleegkundige. Vaak krijg je ook advies van een diëtist.

De behandeling bestaat over het algemeen eerst uit een dieet en meer beweging. Een diëtist geeft je daarin adviezen. Door anders te eten en meer te bewegen kun je je bloedglucosewaarden vaak binnen de normale waarden krijgen.

Je controleert zelf minstens twee dagen per week verschillende keren per dag hoe hoog je bloedglucosewaarden zijn. Dit doe je met een bloedglucosemeter. Je diabetesverpleegkundige vertelt je hoe je dat doet.

Helpt een dieet niet voldoende, dan stap je over op insuline. Je internist, diabetesverpleegkundige en diëtist begeleiden je daarbij. Ook als je insuline gebruikt, meet je regelmatig je bloedglucosewaarden.

Hoe verlopen je zwangerschapscontroles?

Als je baby normaal groeit en je bloedsuikers ook weer normaal zijn en je gebruikt geen medicijnen, dan blijf je tijdens je zwangerschap onder controle van je eigen verloskundige. De verloskundige houdt je bloedsuikers en de groei van je baby in de gaten.

Is je baby te zwaar op de echo, je bloedsuikers zijn niet goed onder controle of je gebruikt medicijnen, dan word je overgedragen aan een gynaecoloog. 

Bevallen als je zwangerschapsdiabetes hebt

Als je zwangerschapsdiabetes hebt, beval je in het ziekenhuis. Jij en je baby moeten tijdens en na de bevalling goed in de gaten worden gehouden. Tijdens de bevalling controleren ze je bloedglucosewaarden. Als het nodig is, passen ze de hoeveelheid insuline die je krijgt aan.

Zwangerschapsdiabetes kan leiden tot een zware baby. Dit kan problemen veroorzaken bij de bevalling, waardoor een keizersnede nodig is. Daarom wordt je bevalling vaak ingeleid in week 38 of 39 van je zwangerschap. Je kindje heeft geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

De kinderarts zal je baby na de geboorte nakijken en zo nodig langer controleren. 

Zwangerschapsdiabetes na de bevalling

Na de bevalling kan je kind te lage bloedglucosewaarden hebben. Dit gebeurt vooral als je insuline hebt gebruikt of als je baby te vroeg geboren is. Het komt doordat je baby in de baarmoeder gewend was aan veel glucose. Na de bevalling stopt de toevoer van glucose ineens en kan de bloedglucosewaarde te laag worden.

De kinderarts controleert je baby de dagen na de geboorte een paar keer met een hielprikje. Als je baby te weinig glucose heeft, krijgt hij of zij voeding of een infuus met glucose.

Verhoogde kans op diabetes type 2 na zwangerschapsdiabetes

De helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes krijgt binnen vijf tot tien jaar diabetes type 2. Ook hun kinderen hebben een grotere kans op het krijgen van diabetes type 2 in hun latere leven. Laat je bloedglucosewaarden daarom elk jaar controleren bij de huisarts.

Let direct na je bevalling en in de jaren erna op een gezonde leefstijl. Dit kan diabetes type 2 uitstellen en zelfs voorkomen. Er is ook een schat van informatie mbt leefstijladvies en beweegadvies om diabetes type 2 te voorkomen. 

Help jij ons?

Help jij ons?

Word lid, doneer of zet je in voor een beter leven met diabetes.

Doe mee

Met anderen praten over zwangerschapwant diabetes heb je niet alleen