diabeteszorg

Diabetesvereniging Nederland

Sla het menu over
  • Contact
  • Informatie voor
  • Over DVN
  • Inloggen
help mee

Veel gestelde vragen over… medicijnen

Diabetesmedicatie als insuline en tabletten, ze zijn er in vele soorten. En de behandeling ermee verschilt van persoon tot persoon. Wat wil jij weten over insuline en medicijnen? Dat vroegen wij onze leden. Lees de meest gestelde vragen, en de antwoorden!

Veel gestelde vragen over… medicijnen

In de reacties op onze vraag ‘wat je wilt weten over insuline?’ (type 1) en ‘wat wil je weten over medicijnen?’ (type 2), kwamen de volgende vragen meerdere keren voor.

Insuline


"Kan je in gewicht toenemen als je overgaat op (nieuwe) insuline?"

Voor zowel de traditionele als de nieuwe insulinesoorten geldt: het zijn geen dikmakers. Je kunt van het toedienen van insuline echter wél in gewicht toenemen! Dit kan drie oorzaken hebben:

  • Als je insuline gaat gebruiken, kun je wat flexibeler worden met voeding. Mensen zijn dan geneigd meer of vaker te eten omdat je door extra te spuiten, makkelijker kan corrigeren op hoge bloedglucosewaarden.
  • Als je lichaam insulineresistent is, heb je veel meer insuline nodig dan in een normale situatie om je bloedglucosewaarde gezond te houden. Alle extra insuline zorgt voor overgewicht.
  • Als je met een insulinebehandeling begint, blijft energie die je voorheen verloor door het uit te plassen nu ineens behouden voor het lichaam. De extra koolhydraten worden dan omgezet in vet. Raadpleeg als je overgaat op insuline een diëtist om eventuele gewichtstoename te voorkomen. 
     

"Kan je lichaam resistent worden voor insuline? En wat zijn hiervan de gevolgen?"

Je lichaam kan inderdaad resistent worden voor het hormoon insuline. Of dat eigen insuline is of ingespoten insuline, maakt niet uit. Lichaamscellen die insuline nodig hebben om glucose binnen te krijgen voor verbranding, hebben zogenaamde receptoren om insuline aan zich te binden en zo de glucose binnen krijgen. Als deze receptoren niet goed functioneren, werkt de insuline niet en daardoor is de cel niet meer toegankelijk voor glucose.

De glucose blijft in het bloed (stijging bloedglucosewaarde) en daardoor heb je weer meer insuline nodig om die celreceptoren toch te laten werken. Vooral vetcellen in het lichaam zijn minder gevoelig voor insuline. Als je insulineresistent bent leidt dit tot het toedienen van meer en meer insuline, verhoogde bloedglucosewaarden, en een toename in gewicht.

"Waarom schrijven behandelaars bepaalde insulines wel of juist niet voor?"

Je behandelaar kijkt bij het voorschrijven van insuline als eerste naar de werking van de betreffende insuline en naar jouw insulinebehoefte. Is er nog sprake van eigen aanmaak van insuline? Is er sprake van insulineresistentie? Wat is je leefstijl? Daarnaast kijken behandelaars ook naar richtlijnen. Daarin staat beschreven wanneer welke insuline (snelwerkend, langzaam werkend of een mix) wordt voorgeschreven. Richtlijnen zijn gebaseerd op medisch-wetenschappelijke onderzoeken, waaraan veel waarde wordt gehecht.

Nieuwere insulinesoorten worden minder vaak voorgeschreven omdat de gevolgen op langere termijn nog niet bekend zijn. En omdat ze vaak  duurder zijn. Ook de zorgverzekeraar heeft hier invloed op: die stimuleert het voorschrijven van de goedkopere soorten (biosimilars bijvoorbeeld). Tot slot is er er ook nog een persoonlijke voorkeur van de behandelaar voor de insulinekeuze. Als er weinig verschil is tussen maaltijdinsuline A en B, maar jouw arts schrijft altijd B voor, dan zal jij ook soort B krijgen.

Medicijnen


"Hoe haal ik informatie uit mijn bloedglucosemetingen om daar mijn medicijngebruik goed op af te stemmen?"

Er zijn twee momenten om te bepalen of je voldoende medicatie krijgt. Het eerste moment is een tijdstip vlak voor het ontbijt, de lunch of het avondeten of voor de nacht. We noemen dat een nuchtere waarde. Daarbij bekijk je hoe de bloedglucosewaarde in balans blijft als je niet gegeten hebt.

Om een indruk te krijgen van het evenwicht tussen de extra glucose en de werkzame medicatie na het eten, is de beste tijd voor het andere meetmoment ongeveer anderhalf uur na de maaltijd. Het voedsel is dan verteerd en de glucose is dan via de stofwisseling in het bloed terecht gekomen.

Als je medicatie goed is afgestemd op jouw voeding zou je bloedglucosewaarde niet meer dan 3 mmol gestegen moeten zijn ten opzichte van de waarde voor de maaltijd. Maar let op: soms doet je lichaam er langer over om eten te verteren en komt de stijging pas veel later. Bijvoorbeeld bij pizza, wraps, en pasta’s zoals macaroni.

"Komt het ook voor dat je insuline náást tabletten gebruikt? En wat is daar de reden van?"

Als je je lichaam zelf nog insuline aanmaakt, wordt er als eerste gekeken of tabletten de 'eigen productie' kunnen ondersteunen. Er hoeft dan geen insuline te worden gespoten. Er zijn verschillende soorten tabletten. Tabletten die:

  • je eigen alvleesklier meer insuline laten aanmaken
  • de lichaamscellen gevoeliger maken voor insuline
  • je lever minder glucose aan het bloed laten afgeven
  • de stofwisseling vertragen, zodat je voeding minder snel als glucose in het bloed komt
     

Als deze tabletten niet doen wat ze moeten doen om een goede bloedglucosewaarde te bereiken, wordt vaak overgegaan tot ondersteuning met insuline. Bijvoorbeeld 1x daags langwerkende insuline. Je gebruikt dan ook nog de tabletten. Heeft dat onvoldoende resultaat dan zijn er twee mogelijkheden:

  • een behandeling met uitsluitend insuline
  • een intensieve insulinetherapie aangevuld met tabletten
     

Hiervoor zijn verschillende redenen. Mensen met diabetes willen vaak liever niet beginnen met spuiten, maar de ervaring leert ook dat verandering van leefstijl (voeding, beweging) in combinatie met tabletten ook het gewenste resultaat kunnen geven. Daarnaast is het zo dat tabletten vaak veel goedkoper zijn.

"Ik gebruik verschillende medicijnen via verschillende artsen. Wie bewaakt of de medicatie die ik gebruik ook echt nodig is?"

De hoofdbehandelaar blijft de huisarts. Hij heeft inzage in je medisch dossier dus hoort te weten welke medicijnen er worden voorgeschreven. Als er een probleem in de behandeling dreigt te ontstaan (contrawerking van medicatie, ongewenste bijwerkingen, dubbele doseringen) dan overlegt je huisarts met de andere voorschrijvende behandelaars.

De apotheker let op de werking van de verschillende medicijnen, maar kan niet beoordelen waarom een medicijn wordt voorgeschreven.

Het is lastig te bepalen of alle medicatie die je voorgeschreven krijgt beslist noodzakelijk is, vooral als er meerdere behandelaars voorschrijven. De huisarts is wat dat betreft eindverantwoordelijk. Twijfel je? Bespreek het met je arts!  

Terug naar het overzicht

Met anderen praten over hulpmiddelenwant diabetes heb je niet alleen