18 april 2019 | Type 2 | Bewegen

Tips om je voor te bereiden op de NDC

Wandel je mee met de Nationale Diabetes Challenge? Waar moet je op letten voor, tijdens en na het wandelen? We zetten wat tips op een rijtje om je goed voor te bereiden.

 

Tip 1: Weet wat er met je bloedglucose gebeurt tijdens het wandelen!

Als je tabletten gebruikt is de kans op een hypo tijdens of na inspanning klein. Met uitzondering van het gebruik van SU-preparaten. Ga je structureel meer bewegen? Kijk samen met je behandelaar of het nodig is om je medicatie aan te passen.

Gebruik je insuline? Meet altijd voor de inspanning. Ga wandelen als je bloedglucose tussen de 8 en 15 mmol is!

Als je regelmatig beweegt of sport, is de verbetering van de insulinegevoeligheid blijvend. Dan kun je structureel minder insuline spuiten. Overleg dit met je behandelaar en meet extra om te zien wat dit doet.

Tip 2: Houd snelle suikers bij de hand

Gebruik je insuline of sulfonylureumderivaten? Dan kun je een hypo krijgen. Tijdens het wandelen is het verstandig om snelle suikers als druivensuiker of een sportdrankje bij de hand te hebben.

Krijg je een lage bloedglucosewaarde en voel je je wat slap of wiebelig, dan doen een paar druivensuikertjes wonderen. Als je niks aan je hypo doet, kun je flauwvallen, duizelig worden of compleet zonder energie komen te zitten.

Tip 3: Houd rekening met dalende bloedsuiker na afloop

Ook na het wandelen daalt de bloedglucosewaarde meestal nog flink. Houd daar rekening mee. Mocht je bijvoorbeeld op 5.0 mmol/l zitten, dan zal deze waarschijnlijk nog wat verder dalen en ligt een hypo misschien op de loer.

Tip 4: Wil je veel wandelen? Overleg met je arts

Ben je in je voorbereiding op de Nationale Diabetes Challenge van plan om regelmatig te gaan wandelen? En heb je geregeld last van hypo’s? Overleg dan met je arts over de behandelmethode of medicijn-/insulinegebruik.

Tip 5: Denk aan je voeten!

Wandelen doe je het best in stevige, goedzittende schoenen. Maar ook goede sokken zijn belangrijk. Zorg dat je zowel in je schoenen als in je sokken geen stiknaden hebt die kunnen drukken. Want blaren kunnen bij mensen met diabetes langzamer helen. En bij een slechte doorbloeding (door complicaties) zijn voetwondjes gevaarlijk.

Tip 6: Voetverzorging

Verzorg je voeten goed: was ze elke dag. Houd je voeten droog en gebruik een voetencrème om uitdroging van de huid te voorkomen. Wissel je sokken regelmatig. Neem regelmatig een medische pedicure of een met aantekening diabetische voet voor het behandelen van bijvoorbeeld eeltplekjes en kloofjes.

Check je voeten elke dag op roodheid (verkleuring), blaren, wondjes, likdoorns, eeltranden en plaatselijke warmte. Let ook op vormveranderingen van de voeten. Denk je iets te zien, neem dan gelijk contact op met je arts. Ook bijvoorbeeld bij een mogelijke voetschimmel. Ga vooral niet zelf dokteren!

Tip 7: Geniet!

Wandelen met andere mensen met diabetes is niet alleen heel goed voor je lijf, maar vooral ook heel leuk! Veel DVN-vrijwilligers wandelen mee, ook wel onze 'ervaringsdeskundigheid in wandelschoenen' genoemd.

Wil je met ze mee wandelen? Meld je aan voor de Nationale Diabetes Challenge bij jou in de buurt.

Lees meer