10 maart 2019 | Type 2 | Medicijnen

Diabetes type 2 en hypo’s? 6 tips

Het gebeurt minder vaak maar ook bij diabetes type 2 kun je hypo’s krijgen. Je hebt dan een bloedglucosewaarde onder de 4 mmol per liter. Waar moet je op letten?

 

1. Medicijngebruik: wees alert op ‘ides’  

Voor de behandeling van diabetes type 2 bestaan verschillende typen medicijnen. De twee bekendste zijn: metformine en insuline. Gebruik je alleen metformine? Dan is er geen risico op een hypo. Hypogevaar is er als je medicijnen gebruikt die direct zorgen voor meer insuline in je bloed. Dit is het geval bij insuline, maar ook bij de zogenaamde su-derivaten (anderen geven geen hypo’s). Alles wat op ‘ide’ eindigt, valt hieronder (zoals Gliclazide). Weet wat je gebruikt.

Lees waar het aan kan liggen als je metformine slikt maar - na bewegen of sporten - toch een hypo krijgt.

2. Overleg met je diabetesverpleegkundige

Gebruik je nog andere medicijnen dan voor je diabetes? Sommige medicijnen beïnvloeden de bloedsuikerwaarde. Wees bedacht op bijwerkingen van medicijnencombinaties en overleg dit met je diabetesverpleegkundige. Bespreek het ook met je diabetesverpleegkundige als je je leefstijl wilt veranderen. Je medicatie moet dan bijgesteld worden.

3. Bladeren harken is óók beweging

Hoe kan het nou dat je een hypo had?! Je deed toch niets bijzonders? Misschien heb je die middag de tuin van gebladerte ontdaan, de sneeuw van de oprit geveegd, het huis van boven naar onder gestofzuigd of de hele middag in de stad geslenterd. Al deze activiteiten zijn inspanningen met een relatief hoge intensiviteit. Het lichaam verbruikt dan veel meer glucose dan wanneer je zit of staat. En dat zorgt voor een daling van de bloedglucosespiegel.

4. Meten is weten  

Als de inname van 5 tot 7 druivensuikers of 200 ml frisdrank (met suiker) ertoe leidt dat je je beter voelt, dan was het waarschijnlijk een hypo. Twijfel je? Meet dan altijd je bloedglucosewaarde. Heb je geen meetinstrument, maar ben je wel bang voor een hypo? Neem dan contact op met je huisarts of een andere zorgverlener om te bespreken wat je voelt en wat het zou kunnen zijn. Een advies is altijd persoonlijk en op maat. Het verlagen van de medicatie kan soms helpen.

5. Insulinegebruikers: varieer in spuitplekken

Teveel op dezelfde plek spuiten, kan leiden tot een spuitinfiltraat : een verdikking in het onderhuidse vet die hard aanvoelt. Als je daar spuit, bereikt de insuline de bloedvaatjes niet meteen, maar op het moment dat je het niet meer verwacht en dat leidt mogelijk tot een hypo. Voorkom spuitplekken door steeds minstens één vingerbreedte naast een vorige plaats te spuiten. En blijf roteren.

6. Blijf aardig voor jezelf

Diabetes type 2 is een ingewikkeld ziektebeeld met een enorme impact op het dagelijks leven. Blijf mild onder missers en onthoud vooral hoe en waarom het misging. Het is lang niet altijd bekend waarom het misgaat, ook experts weten dat niet altijd. Dat is frustrerend, maar moet je accepteren.

Tekst: Rineke Wisman

Deze tips komen uit de nieuwste editie van Diabc over hypo's. Verder lezen? Word lid en ontvang ons magazine Diabc!