12 januari 2018 | Type 1 | Type 2 | Autorijden

7 tips voor autorijden met diabetes

Heb je diabetes en kruip je achter het stuur? Ga goed voorbereid op weg. Je moet je hypo’s op tijd voelen aankomen en weten wat je te doen staat als je er een hebt. Onze tips!

 

1. Meet voor je vertrekt je bloedglucosewaarde. Streefwaarde: tussen 6 en 12 mmol/l.

2. Is je waarde te laag? Stel hem bij met snelwerkende koolhydraten, zoals druivensuiker, limonadesiroop of frisdrank. Eet een boterham om de bloedglucosespiegel op peil te houden. Brood bevat traagwerkende koolhydraten.

3. Neem de diabeteshulpmiddelen die je gebruikt mee; bijvoorbeeld een glucosemeter, teststrips, een insulinepen en insuline. En iets om een hypo weg te werken.

4. Berg je diabetespas of medicijnkaart op bij je rijbewijs of in je portemonnee.

5. Stel medepassagiers op de hoogte van je diabetes en vertel ze wat te doen als je een hypo krijgt.

6. Neem tijdens lange autoritten elke twee uur een pauze en controleer je bloedglucosewaarde.

7. Voel je tijdens het rijden een hypo aankomen? Eet dan meteen iets met snelwerkende koolhydraten. Stop daarna zo snel mogelijk op een veilige plek, meet je bloedglucosewaarde en stel deze eventueel verder bij met traagwerkende koolhydraten. Meet nogmaals en rijd pas verder wanneer je bloedglucosewaarde weer tussen de 6 en 12 mmol/l is.

Lees ook

Onze informatie over het aanvragen of verlengen van je rijbewijs.
Hoe herken je een hypo? En wat je kunt doen om deze te voorkomen.