Diabetesvereniging Nederland

Sla het menu over
  • Contact
  • Informatie voor
  • Over DVN
  • Inloggen
help mee

Waar let je op met warm weer?

Lekker op zonvakantie? Of zomervakantie in eigen land? Lees meer over wat warmte met je bloedglucosewaarden en medicatie doet. En een aantal tips om goed het zomerse weer door te komen!

Warmte vermindert de insulinebehoefte en zorgt ervoor dat insuline sneller wordt opgenomen. Meet daarom een keer extra voordat je de warmte in gaat en tijdens een dag in de zon.

Overleg met je behandelaar over het aanpassen van je dosering voor een dag in de zon. Ga niet meteen na het spuiten in de zon liggen. Door de warmte wordt de insuline extra snel opgenomen en zo riskeer je een hypo. Wacht liever even en eet eerst iets.

Ook bij het gebruik van sulfonyl-ureumderivaten (SU’s) is er een verhoogd risico op een hypo bij warmte.

Warmte beïnvloedt werking insuline

Extreme warmte gedurende langere tijd kan de werkzaamheid van insuline beïnvloeden.

  • Bewaar insuline en glucagon koud. Tussen 2 en 8 graden. Vermijd temperatuurwisselingen.
  • Houd je aangebroken insulinepatroon of -flacon uit de zon.
  • Neem je insuline en glucagon bij warm weer mee in een koelbox
    Niet te dicht bij de koelelementen. Of gebruik een frio-tasje. Bevriest je insuline in je koelbox of frio-tasje? Gebruik het niet meer.
  • Leg geen insuline in de kofferbak van de auto. Laat je medicatie zeker niet in je auto liggen. Binnen een uur in de volle zon kan het in de auto al 60 graden worden.

Tips bij warm weer

1. Drink voldoende water

Drink 1.5 - 2 liter water. Door uitdroging kan je insuline minder goed werken.

2. Let op met zon

Pas op met veel zon, gebruik een zonnebrand met een hoge beschermingsfactor. Verbranding kan je diabetes ontregelen. Ben je toch verbrand? Let er dan op dat je bloedsuikerwaarden niet te hoog worden, drink voldoende water en smeer met een verkoelende huidcrème of after-sun.

3. Meet je bloedglucosewaarden vaker

Warm weer heeft vaak ongemerkt invloed op je bloedglucosewaarden. Meet daarom extra als je een bloedglucosemeter gebruikt, zodat je hierop kunt reageren.

4. Houd je medicatie uit de zon of koel

Insuline, glucagon en teststrips mogen niet worden bewaard in de warme zon. Ook je tabletten kun je beter niet in de volle zon leggen. Extreme hitte vermindert de werkzaamheid van insuline. Bewaar daarom je medicatie in een koelbox of een koeltasje.

5. Bescherm je voeten

Loop zo min mogelijk op blote voeten. Zo voorkom je wondjes.

6. Wees matig met alcohol

Een wijntje of een biertje op het terras in de zon klinkt verleidelijk. Bij meer dan 1-2 glazen alcohol in combinatie met het gebruik van een SU-preparaat of insuline, vergroot je de kans op te lage bloedglucosewaarden in de nacht. Neem bij meerdere glazen alcohol voor het slapengaan een boterham en water. Zo kun je een hypo en uitdroging voorkomen.

7. Let op je eten

Bij warm weer eet je vaak anders. Bijvoorbeeld een ijsje of andere zomerse tussendoortjes. Check deze handige fruitlijst en ijslijst van het Diabetes Fonds voor de koolhydraten en calorieën. Wil je op een zomerse dag lekker lang tafelen of op een later tijdstip eten? Dat kan! Je tablet innemen of insuline spuiten kan zonder nadelige gevolgen wel een keer een uur of twee later.

8. Bewegen kost meer energie

Wees je er bewust van dat met warm weer beweging (zwemmen, wandelen, etc.) je meer energie kost. Dit kan soms leiden tot lage bloedsuikers.

9. Neem een extra infusieset, pleister of sensor mee

Pleisters van infusiesets, draadloze pompen en sensoren kunnen door water, zweet en zonnebrandcrèmes soms loslaten. Neem daarom - vooral als je langer van huis bent - extra pleisters, infusiesets of sensoren mee.

De pleister heeft twee uur of langer nodig om goed te hechten, dus breng niet vlak voordat je gaat zwemmen een nieuwe aan. Heb je vaak plakproblemen bij warm weer? Tips om deze op te lossen.

10. Zwemmen? Koppel je pomp zo nodig af

Heb je een insulinepomp? Check even in de handleiding of op de website van de fabrikant of je met je pomp kunt zwemmen en duiken. Kan dit? Check dan ook hoe lang je onder water en hoe diep je kunt.

Is je insulinepomp niet waterdicht? Koppel hem dan af voordat je gaat zwemmen. Spuit vervangend kortwerkende insuline, als je de pomp langer dan een uur afkoppelt. Vergeet niet om de pomp daarna weer aan te koppelen!

Let op: er is een verschil tussen ‘waterdicht’ en ‘waterbestendig of spatwaterdicht’. Waterbestendig of spatwaterdicht betekent dat het niet erg is als je pomp een beetje nat wordt, maar hij kan niet helemaal onder water.

Ontvang magazine Diabc

Ontvang magazine Diabc

Word je graag wijzer over jouw diabetes? Lees je graag ervaringen van lotgenoten? Word lid en ontvang het blad 6x per jaar in de bus!

Word lid

Met anderen praten over vakantiewant diabetes heb je niet alleen