Word lid

Menu

Diabeteszorgonderzoek 2012: deel 3 – Controles

Terug

Datum laatste wijziging: 12 september 2013

In deze serie leest u over de belangrijkste uitkomsten van het Diabeteszorgonderzoek 2012. In elke aflevering belichten we een deelonderwerp met de opvallendste resultaten, geven een mogelijke verklaring en onze mening. In deel 3: de controles.

Mensen met diabetes moeten regelmatig gecontroleerd worden. Alleen dan kunnen complicaties op tijd worden gesignaleerd en kan tijdig worden ingegrepen. Diabetesvereniging Nederland vindt het uitvoeren van jaarlijkse en tussentijdse controles dan ook van groot belang, al kan hier weloverwogen van afgeweken worden. Controles moeten vooral zijn afgestemd op de persoonlijke situatie en risicofactoren.

Hoge controlepercentages, toch ruimte voor verbetering

Van de deelnemers aan de Diabetes Zorgmonitor gaf ruim 88% aan in ieder geval aan één keer per jaar uitgebreid te worden gecontroleerd. Een hoog percentage, maar het zou wat ons betreft 100% mogen zijn. Hier is dus ruimte voor verbetering. Verder wordt 79% van alle deelnemers (ook) driemaandelijks gecontroleerd.

Figuur 1: Zorgverleners die de controles uitvoeren

Opvallend is hoe vaak de diabetesverpleegkundige werd genoemd als zorgverlener die de controles uitvoert. Deze verpleegkundige werkt vooral in het ziekenhuis, maar werd ook in de eerste lijn (dus bij de huisarts of zorggroep) vaak genoemd. Bij de laatste werken wel diabetesverpleegkundigen, maar veel vaker zijn dit praktijkondersteuners van de huisarts (ook wel POH). Mogelijk speelt hier een begripsverwarring een rol.

Net als in 2010 werden zowel jaarlijks als tussentijds de bloeddruk, de HbA1c-waarde en het gewicht het meest gecontroleerd. Zaken die vooral jaarlijks worden gecontroleerd zijn de ogen (85%), urine en bloed (80%) en voeten (70%). Anderzijds kwamen advies over roken (6%), beweegadvies (20%) en omgaan met diabetes in het dagelijks leven (22%) tijdens controles het minst aan bod. Dat zou wat ons betreft vaker moeten. Sommige respondenten gaven zelfs specifiek aan behoefte te hebben aan meer aandacht voor het laatste onderwerp.

Verschil eerste en tweede lijn

Vergelijken we zorgverleners in de eerste lijn met die in de tweede lijn, dan vinden verschillende onderzoeken opvallend (‘significant’) vaker plaats dan in de tweede lijn. Dat is goed verklaarbaar. De patiënten in de eerste lijn zijn allemaal type 2. Zij voeren minder of geen zelfcontrole uit, dus vindt onderzoek naar de glucosewaarde plaats bij de huisarts. Omdat diabetes type 2 gunstig te beïnvloeden is met afvallen, is er in de eerste lijn meer aandacht voor onderzoek op het gebied van gewicht en BMI en advies over extra lichaamsbeweging.

Verder lezen?

Vervolg

Het onderwerp van het volgende artikel is: medicijngebruik, educatie en leefstijl.

 

 

 

 


Nieuws

Uitgelicht

Wil je weten wat diabetes nou precies is en wat er eigenlijk in het lichaam gebeurt? Geen ingewikkelde medische termen, maar "eindelijk op een begrijpelijke manier uitgelegd"? Volg de cursus Leven met diabetes van de DiabetesSchool.